vrijdag 27 september 2013


Communicatie theorie opdrachten


i = r * p * t * t * m - a

i = impact vd boodschap / communicatie kracht

r = relevantie voor de doelgroep

p = prikkel / attentiewaarde

t = timing / tijds(geest)

t = tone of voice

m = medium / middel

a = angst / weerstand vd doelgroep

* = keer
 
Impact vd boodschap = er gebeurd in deze reclameposter niet echt iets spectaculairs maar de boodschap is wel duidelijk. Je bent niet geneigd om er naar te kijken maar als je er naar kijkt weet je wel meteen wat ermee wordt bedoeld.

Relevantie voor de doelgroep = deze poster hangt op het station in Roosendaal. Iedereen die met de trein gaat kan het dus zien. Aangezien daar geen bepaalde leeftijd aan vastzit en jong en oud daar komt is er geen specifieke doelgroep. Ook is het een reclame voor een radiozender. Jong en oud luisteren ook nog steeds naar radio wat het voor iedereen aantrekkelijk maakt.

Prikkel = iedereen die luistert naar q-music kent het geluid. Door de poster worden ze geprikkeld om weer te gaan luisteren.

Timing = die is goed. Het geluid is een spel van q-music dat doorlopend is. Het spel wordt altijd gespeeld. Dus de timing kan niet verkeerd zijn.

T = 'Weet jij al wat het is?' Voor mij is dit uitdagend. Zo van als je het weet, reageer dan. Het zorgt er, denk ik, voor dat mensen vaker gaan luisteren.

Medium = er wordt gebruik gemaakt van een poster. Of dat dit voor het 'geluid' de meest creatieve manier is, vind ik niet. Maar de boodschap is door middel van deze poster wel duidelijk.

Angst = er is geen angst. De keuze of je luistert of niet is compleet aan jezelf.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten