Communicatie theorie opdrachten
i = r * p * t * t * m - a
i = impact vd boodschap /
communicatie kracht
r = relevantie voor de
doelgroep
p = prikkel /
attentiewaarde
t = timing / tijds(geest)
t = tone of voice
m = medium / middel
a = angst / weerstand vd
doelgroep
* = keer
Impact vd boodschap = er gebeurd in deze reclameposter
niet echt iets spectaculairs maar de boodschap is wel duidelijk. Je bent niet
geneigd om er naar te kijken maar als je er naar kijkt weet je wel meteen wat
ermee wordt bedoeld.
Relevantie voor de doelgroep = deze poster hangt op het
station in Roosendaal. Iedereen die met de trein gaat kan het dus zien.
Aangezien daar geen bepaalde leeftijd aan vastzit en jong en oud daar komt is
er geen specifieke doelgroep. Ook is het een reclame voor een radiozender. Jong
en oud luisteren ook nog steeds naar radio wat het voor iedereen aantrekkelijk
maakt.
Prikkel = iedereen die luistert naar q-music kent het
geluid. Door de poster worden ze geprikkeld om weer te gaan luisteren.
Timing = die is goed. Het geluid is een spel van q-music
dat doorlopend is. Het spel wordt altijd gespeeld. Dus de timing kan niet
verkeerd zijn.
T = 'Weet jij al wat het is?' Voor mij is dit uitdagend.
Zo van als je het weet, reageer dan. Het zorgt er, denk ik, voor dat mensen
vaker gaan luisteren.
Medium = er wordt gebruik gemaakt van een poster. Of dat
dit voor het 'geluid' de meest creatieve manier is, vind ik niet. Maar de
boodschap is door middel van deze poster wel duidelijk.
Angst = er is geen angst. De keuze of je luistert of niet
is compleet aan jezelf.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten